Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Dossier:

Broeikasgassen verminderen

Je bent hier

In dit dossier

Dossierbeheerder

Keuze voor andere N-kunstmest en meststoffen met nitrificatieremmers, gebruik vergiste dierlijke mest/gebruik gewasresten uit compostering of covergisting

Gebruik van andere meststoffen kan de broeikasgasemissie beïnvloeden. Deze beïnvloeding betreft zowel de hoogte van de stikstofgift (efficiëntie), de “gevoeligheid” voor nitrificatie/denitrificatie, de uitspoeling en vervluchtiging als de indirecte emissies samenhangend met het productieproces van de meststoffen (absoluut)
Binnen de organische meststoffen kunnen ook stoffen als compost, digestaat en verschillende mestfracties worden aangewend. Het kenmerk hiervan is dat naast een bemestende waarde (N,P,K,S) er ook een invloed is op de organische stofvoorziening in de bodem.
Er is ook een aanzienlijk aantal “nieuwe” kunstmestsoorten op de markt en in ontwikkeling. Voorbeelden van nieuwe meststoffen (niet uitputtend) zijn Sulfammo 20 N, Entec, Agroblen, Cultan (methode), Siforga, Urean, Humifirst, Orga-Plus, Kalkstikstof Degussa. Deze meststoffen zijn in hoofdzaak gericht op een efficiënter gebruik van de nutriënten die in de meststoffen worden aangevoerd en op betere en bredere toedieningsmogelijkheden en -gemak. Elke meststof met bijbehorende toedieningswijze heeft een uitspoelingprofiel. Er is een relatie met de toevalligheid van de momenten van uitspoeling (regenval). Bij een langzaam vrijkomende meststof zal het relevante bodemprofiel na uitspoeling even leeg of leger zijn maar er komt altijd geleidelijk weer nieuwe stikstof vrij uit de meststof.
Vloeibare stikstof is gemiddeld in de periode 2004-2006 10% goedkoper per eenheid N geweest dan korrelkunstmest (Meijering, 2006). Vloeibare fosfaatmeststoffen zijn daarentegen veelal 10% duurder dan de korrelvorm. Kali spuiten is door de moeilijke oplosbaarheid en hogere kosten geen optie. Het splitsen van de N en P/K gift kan doordat P en K met planten of zaaien meegegeven worden tot extra sporen en verdichting leiden.
Het verspuiten van vloeibare meststoffen met een veldspuit kan bij de meeste veldspuiten zonder aanpassingen plaatsvinden, maar er is (vaak) wel een extra set spuitdoppen nodig (kosten gemiddeld euro 750,-). Naast financiële voordelen kan het gebruik van vloeibare kunstmest arbeid en een extra werkgang besparen. Sommige bodemherbiciden kunnen met Urean meegespoten worden en het is ook te combineren met een phytophthora-bestrijding of ziektebestrijding in graan. Ook de capaciteit van een veldspuit versus een kunstmeststrooier is vaak in het voordeel van een veldspuit. Een ander voordeel is de mogelijkheid tot een nauwkeuriger verdeling van de meststof. Uit PPO onderzoek is gebleken dat in normale jaren vloeibare meststoffen niet beter werken dan vaste. Wel is er een voordeel van betere en nauwkeurigere dosering dat kan leiden tot uniformere groei, hogere opbrengsten en het gebruik van minder meststof.
In de literatuur is een aantal beschrijvingen van bemestingsproeven te vinden. Uit een recent onderzoek van PPO Vredepeel (De Ruijter, 2008). naar bemesting in vroege winterprei bleek dat er nauwelijks verschillen in productie ontstaan bij gebruik van diverse soorten kunstmest in combinatie met organische mest als basisbemesting.De hoge N-efficiëntie van KAS van 110% op het perceel met organische mest is opvallend. Het lijkt erop dat in die combinatie de mineralisatie door KAS
wordt gestimuleerd.
Het blijkt dat na een eerste introductie in akkerbouwgewassen het gebruik van Flex fertilizer behoorlijk toeneemt in de koolteelt. Flex Fertilizer is een techniek van vloeibare blad- en bodembemesting en bestaat uit een combinatie van macro- en micro-elementen. De vloeistof wordt tijdens het planten gedoseerd in de gewasrij bij bloemkool en broccoli. Bijmesten is veelal niet nodig. In vergelijking met volvelds toepassen van kunstmest leidt mestinjectie minder snel tot vermorsing. Mogelijke besparingscijfers liggen zo rond de 10-20% t.o.v van KAS maar andere praktijkwaarnemingen laten geen verlaging van het gebruik zien. Er lijken ook verschillen te zijn waargenomen tussen meststoffen op het gebied van uniformiteit in de gewassen en betere bewaarbaarheid. Dit komt het gewassaldo wel ten goede.
Een eindconclusie is echter dat ondanks voorzichtige goede resultaten onderzoek naar deze meststof nog beperkt is en stevige conclusies rond besparingen nog niet getrokken kunnen worden (Stallen, 2008). Zowel bij kunstmest als bij organische mest zijn enkele mestsoorten te identificeren die de emissie van broeikasgassen per toegediende kg stikstof verminderen, zowel bij aanwending) als bij productie t.o.v. de referentie kunstmest KAS (kalkammonsalpeter). In tabel 3.3 zijn stikstof -
kunstmestsoorten aangegeven die in de andere categorieën vallen.

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!